Een oplossing maken > Werken met plug-ins > Plug-ins installeren
 
Plug-ins installeren
Ontwikkelaars van databases kunnen plug-inbestanden in containervelden invoegen en vervolgens scripts en berekeningen gebruiken om plug-ins te installeren en bij te werken.
Opmerking  Als u bezorgd bent dat ongewenste plug-ins kunnen worden geïnstalleerd wanneer u oplossingsbestanden test en uitprobeert, kunt u de optie Oplossingen toestaan om bestanden te installeren in de voorkeuren van de plug-in uitschakelen. Onthoud echter dat het oplossingsbestand op die manier mogelijk niet naar behoren zal werken als u verhindert dat vereiste plug-ins worden geïnstalleerd. Raadpleeg Plug-invoorkeuren instellen.
Zo installeert u een plug-inbestand:
1. Maak een containerveld. Raadpleeg Containervelden.
2. Voer één van de volgende handelingen uit:
Selecteer het containerveld in de bladermodus, kies Invoegen > Bestand invoegen, selecteer een plug-inbestand en klik vervolgens op Openen.
Schrijf een script en gebruik hierin de scriptstap Bestand invoegen om de plug-in in het containerveld in te voegen. Raadpleeg Scripts maken en bewerken en Bestand invoegen.
3. Maak een script en gebruik de Plug-inbestand installeren scriptstap om het containerveld als doelveld op te geven.
4. Voer het script uit om de plug-in te installeren.
FileMaker Pro installeert plug-ins op de volgende locaties:
 
Besturingssysteem
Product
Plug-ins worden geïnstalleerd in deze map
Windows
FileMaker Pro
C:\Gebruikers\gebruikersnaam\AppData\Local\FileMaker\FileMaker Pro\16.0\Extensions\
FileMaker Pro Advanced
C:\Gebruikers\gebruikersnaam\AppData\Local\FileMaker\FileMaker Pro Advanced\16.0\Extensions\
macOS
FileMaker Pro
Macintosh HD/Users/gebruikersnaam/Library/Application Support/FileMaker/FileMaker Pro/16.0/Extensions
FileMaker Pro Advanced
Macintosh HD/Users/gebruikersnaam/Library/Application Support/FileMaker/FileMaker Pro Advanced/16.0/Extensions
Tip  U kunt de functie Get (GeïnstalleerdeFMPlugins) gebruiken om de versie van de geïnstalleerde plug-in te identificeren en deze te vergelijken met de plug-in die in het containerveld is opgeslagen en daarna zo nodig de plug-in bij te werken door deze opnieuw te installeren. Raadpleeg Plug-ins bijwerken en Get ( GeïnstalleerdeFMPlugins ).
Opmerkingen 
FileMaker Pro kan alleen plug-ins installeren die overeenkomen met de architectuur van het FileMaker Pro-programma. Bijvoorbeeld: de 64-bits versie van FileMaker Pro kan alleen 64-bits plug-ins installeren. Gebruik de Get ( ProgrammaArchitectuur ) functie om de architectuur van het huidige programma te bepalen.
U kunt meerdere versies van een plug-in niet installeren om meerdere versies van FileMaker Pro te ondersteunen.
Als voor uw oplossing een specifieke plug-inversie vereist die niet kan worden gedeeld met andere versies van FileMaker Pro, geeft u gebruikers de opdracht om plug-ins handmatig te plaatsen in de map Extensions van de runtime-map van FileMaker Pro, FileMaker Pro Advanced of FileMaker.
Als een plug-in is bedoeld voor alle geïnstalleerde versies van FileMaker Pro, moet u de plug-in handmatig installeren in de map AppData\Local\FileMaker\Extensions (Windows) of Application Support/FileMaker/Extensions (macOS) van elke gebruiker.
De zoekvolgorde voor het laden van plug-ins start bij de map Extensions in de toepassingsmap van FileMaker Pro gevolgd door de map die door de scriptstap Plug-inbestand installeren wordt gebruikt. De laatste gecontroleerde locatie is de map AppData\Local\FileMaker\Extensions (Windows) of Application Support/FileMaker/Extensions (macOS).
FileMaker Pro zal geen plug-in laden als een plug-in met dezelfde plug-in-ID al is geladen.
macOS: Plug-ins die in containervelden worden opgeslagen, worden standaard gecomprimeerd.
Verwante onderwerpen 
Eigen plug-ins maken